>> Bestuur
   
 
 

Bestuurders

Van links naar rechts:
1e deken: JOHAN MOSTMANS – giffier: PAUL DAEMS – ouderman: JOS LATHOUDERS – 2e deken: LUC SCHEYLTJENS – vertegenwoordiger vrouwen: LUT DE JONGH – alferis: JEF SMETS – hoodman: LUDO WOUTERS – Kornet: GERT DE HOUWER – knaap: FONS GUNS – koning: GUSTAAF RAEVES - vertegenwoordiger vrouwen: CARLA VANSPRENGEL – ouderman: FRANCISCUS (SOOI) GUNS.

 

Functies in de Gilde

Het bestuur van de gilde heeft zijn eigen specifieke benamingen. Het zijn de officieren van de gilde. De functies en benamingen hebben hun oorsprong in de Bourgondische tijd en komen van het toenmalige Bourgondische leger. Dit bestond uit het staande leger der ridders en het gelegenheidsleger uit steden en dorpen.

De hoofdman : of centenier stond aan het hoofd van een eskadron van honderd in het gelegenheidsleger. Hij wordt verkozen voor het leven tenzij hij uit eigen beweging ontslag neemt.

De koning: verdient deze titel met het schieten van de vogel. Hij blijft in functie gedurende 3 jaar en is verantwoordelijk voor de wip en het inrichten van de schietspelen. Oorspronkelijk was hij het hoofd van de herauten bij de riddertornooien, die dan de titel kreeg van wapenkoning. Hij was dan ook militair adviseur van de vorst en hij was de hoofdscheidsrechter.

De keizer: verdient deze titel na 3 achtereenvolgende termijnen als koning. Hij zal deel uitmaken van het bestuur voor de rest van zijn leven.

De dekens: In het Bourgondische staande leger stonden zij aan het hoofd van de lansen ( 10 soldaten). De plaatsvervanger was een luitenant.
Zij worden verkozen om de 2 jaar en zijn de dienende deken (1ste deken), vroeger ook Rendant genoemd bij het jaarlijkse rekeninggeven en de afgaande deken (2de deken). De deken met de beurs en de deken met den boek.  Zij moesten de feestmalen aanbesteden, afrekenen, boeten ontvangen, de goede orde handhaven en de breuk bewaren. Ze waren ook beslast met het onderzoek van de drinkbaarheid van het bier en het geldelijk beheer, de kassiers dus.

De oudermannen: is een benaming uit de ambachtsgilden. Hun getal was niet vast bepaald, meestal 2, 3 of 4. Zij worden verkozen onder de langst dienende leden met de meeste ervaring omwille van hun ondervinding en wijsheid. Zij dienden te waken over de tradities en wisten hoe vroeger de geschillen werden geregeld.

De alferis: De vaandrig of vaandeldrager komt van het Spaans alferez. Hij wordt verkozen voor het leven of tot ontslag uit eigen beweging. Vroeger de officier die de vlag of het compagniesvaandel verdedigde met zijn eigen leven en waarrond zich de troepen schaarden. Als de vlag werd buitgemaakt was de strijd afgelopen. Hij was de jongste officier van de compagnie en gaf de bevelen door aan de troepen via seinen met een hoorn of trompet.

De cornet: de wimpelier of vaandrig te paard. Hij voerde de standaard of wimpel. Dit is het vaandel van de ruiterij. Hij was dan ook een cavalerieofficier met dezelfde functies als de vaandrig bij de infanterie. De seinen werden gegeven met een cornet of jachthoorn, vandaar zijn naam. Thans is hij er verantwoordelijk voor dat er na het koningsschieten, een paard met koets ter beschikking is om de nieuwe koning en koningin naar de gildekamer te voeren. Hij haalt ook de nieuwe koningin af ten huize wanneer de nieuwe koning is gekend. Uit een rekening van 1764 (en later ook nog) lezen wij het volgende: “Item heeft den Rendant betaalt aan Antoni Joris met beerse Kermis de somme van 6 gulden 32 stuyvers voor een tonne bier mede voor de haver en hoey voort peert van de cornet 6=32=0

De Knaap: Weer een term uit de ambachtsgilde. Is de duivel-doet-al en de rechterhand van de hoofdman. Hij voert voor de hoofdman diverse opdrachten uit. Hij is bode en ging vroeger de gilden uit de buurt uitnodigen voor de feesten en schietspelen. Hij moest daar goed ontvangen worden met eten en drinken en met goed gezelschap tijdens de maaltijd. Tevens was hij schuldinvorderaar ten huize in opdracht van de dekens. Hij moest de standaard of wimpel uitsteken op de plaats waar het teerfeest was aanbesteed en deze terug inhalen voor zonsondergang. In de processie liep hij vooraan en moest zorgen voor de goede orde.
Op het teerfeest moest hij tevens, als er een nieuw vat werd aangevoerd , het zelf openen en zien dat het vol was.

De Kapitein; De plaatsvervanger van de hoofdman indien hij door ziekte of ouderdom niet meer in staat zou zijn om zijn functie naar behoren uit te voeren. Hij wordt door de hoofdman aangesteld. Deze functie werd pas ingevoerd sinds 1730. In onze gilde werd de heer Emiel Van Hemeldonck, die reeds schrijver of griffier was, in april 1961 tot kapitein aangesteld door de hoofdman, Jan Verheyen of Jan Max die te oud werd en niet meer in goede gezondheid verkeerde.

De Luitenant: Was een adjunct van de deken als er een jongerenafdeling bestond in vroegere jaren. Deze gilde heette dan “de jonge”.Hier werden de jonge leden of ongehuwden in ondergebracht in afwachting van hun overgang naar “den ouden”. In Herselt bestaan er nog zo’n gilden, hoewel zij vandaag volledig onhafhankelijk van mekaar bestaan. Het aantal leden in een gildeafdeling was dan vroeger ook gelimiteerd. Deze functie bestond sedert 1600.

De schrijver: of griffier is een moderne toevoeging daar zijn functies voorheen door de dekens werden gedaan. Toch heeft dit een oorsprong in het verleden. Gezien niet iedereen kon lezen of schrijven of niet zo netjes werd beroep gedaan op de koster die tegelijk schoolmeester was. Uit de Vosselaarse registers blijkt dat dit vroeger werd gedaan door Joannes Geeraerdus Verreet afkomstig van Wechelderzande, custos. top